Veiligheid

Onder veiligheid verstaan we hier de "externe veiligheid", zoals dat officieel heet. Dat betekent dat we alleen kijken naar ongevallen die gevolgen voor de omgeving hebben. We maken daarbij onderscheid tussen ongevallen bij een bedrijf en ongevallen tijdens transport. Om normen te maken voor veiligheid is altijd kansberekening nodig. Hoe groot mag het risico zijn dat iemand of een groep mensen overlijdt door een ongeluk met gevaarlijke stoffen?

Veiligheid voor de omgeving

Als we het hier over veiligheid hebben, moeten we eigenlijk "Externe veiligheid" zeggen. Het gaat om de kans dat personen in de omgeving van een plaats waar gevaarlijke stoffen worden gebruikt of vervoerd, slachtoffer worden van een ongeval met die stoffen. We praten dus niet over de "interne veiligheid", de kans dat werknemers van het bedrijf zelf slachtoffer worden. Niettemin zijn maatregelen op het gebied van externe veiligheid vaak ook goed voor de interne veiligheid.

Gevaarlijke stoffen

Ongevallen kunnen plaatsvinden tijdens het gebruik van gevaarlijke stoffen of tijdens het vervoer ervan. Voorbeelden van gevaarlijke stoffen zijn LPG, vuurwerk, bestrijdingsmiddelen en ammoniak. Bedrijven die deze stoffen opslaan of gebruiken zijn bijvoorbeeld LPG-stations, chemische bedrijven en vuurwerkverkopers. Ook tijdens het vervoer kunnen er dingen misgaan. Vervoer van gevaarlijke stoffen vindt in Nijmegen-West en Weurt plaats over de weg, het water en het spoor.

Plaatsgebonden risico

Bij het berekenen van normen voor externe veiligheid kijken we naar twee soorten risico's: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico.
Het plaatsgebonden risico is de kans dat iemand die het hele jaar op dezelfde plaats is, overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. In de buurt van een chemische fabriek is die kans natuurlijk groter dan ergens op het platteland. Dit risico mag echter nergens groter zijn dan één op de miljoen per jaar. Dit betekent dat er gemiddeld hooguit één persoon per miljoen mensen per jaar mag overlijden als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Dus de kans dat iemand in het gebied Nijmegen-West en Weurt sterft door:
  • een ongeval met gevaarlijke stoffen is 1 op 1.000.000 jaar.
Ter vergelijking: de kans dat een burger in Nederland sterft door:
  • voedselvergiftiging is 1 op 125.000 jaar;
  • verdrinking is 1 op 333.000 jaar;
  • een natuurramp is 1 op 500.000 jaar;
  • een dijkdoorbraak is 1 op 10.000.000 jaar.
[bron: VROM]

Groepsrisico

Het groepsrisico is de kans op een ongeval met veel dodelijke slachtoffers. Het groepsrisico van een fabriek in de buurt van een dichtbevolkt gebied is hoger dan van zo'n zelfde fabriek op het platteland. De normen voor het groepsrisico zijn niet bindend, maar moeten wel worden nagestreefd.
Een ongeval met 10 doden mag niet vaker gebeuren dan eens in de 100.000 jaar en een ongeval met 100 doden niet vaker dan eens in de 10 miljoen jaar.
In Nijmegen-West en Weurt ligt het groepsrisico niet hoger dan deze normen.

Besluit Risico’s Zware Ongevallen

In het Besluit Risico's Zware Ongevallen (BRZO) zijn drempels genoemd waarboven bepaalde verplichtingen gelden. Bijvoorbeeld: een bedrijf dat meer dan 10 ton chloor onder zijn dak heeft, moet gemeente of provincie hiervan op de hoogte brengen en beschikken over een veiligheidsbeheerssysteem. Zo staan er in het besluit voor diverse stoffen en stofcategorieën een hoge en lage drempelwaarde genoemd. Als een bedrijf de lage drempel overschrijdt, moet het hiervoor een kennisgeving indienen en beschikken over een veiligheidsbeheerssysteem. We noemen dat een PBZO-bedrijf (Preventie Beleid Zware Ongevallen).
Bij overschrijding van de bovenste drempel is een bedrijf tevens verplicht een veiligheidsrapport te maken voor het bevoegd gezag (gemeente of provincie). Zo'n bedrijf heet een VR-bedrijf.
In Nijmegen-West en Weurt is Te Winkel en Oomes het enige VR-bedrijf en zijn er twee PBZO-bedrijven: CP Kelco en Elektrabel.