Normen en maatregelen

Bodemverontreiniging in Nederland wordt groot aangepakt. Nu alle verdachte locaties in kaart zijn gebracht, gaan we deze ter plaatse onderzoeken. Daarbij gelden de normen uit de Wet Bodembescherming. Waar deze worden overschreden is sanering nodig.

Landsdekkend Beeld

In het Nationaal Milieubeleidsplan 3 uit 1997 staat de doelstelling dat in 2005 de bodemkwaliteit van heel Nederland in beeld moet zijn. Dit noemt men het Landsdekkend Beeld 2005. Bovendien moeten alle ernstige en urgente gevallen van bodemverontreiniging in 2030 zijn gesaneerd of beheersbaar zijn gemaakt. Het Landsdekkend Beeld voor Nijmegen en Beuningen is inmiddels bekend. Op basis van archief- en bronnenonderzoek is een aantal verdachte locaties vastgesteld. De volgende stap is het daadwerkelijk onderzoek ter plaatse. Daarbij gelden de normen uit de Wet Bodembescherming.

Wet Bodembescherming (Wbb)

De Wet Bodembescherming kent drie normen. Bij overschrijding van de streefwaarde (S) is er sprake van licht verontreinigde grond. Bij overschrijding van de tussenwaarde (T) is de grond matig verontreinigd. Bij overschrijding van de interventiewaarde (I) is er sprake van sterk verontreinigde grond. Deze waarden zijn vastgelegd voor bijvoorbeeld cadmium, chroom, koper, lood, PAK en DDT's.
Wanneer de waarde op een locatie boven de interventiewaarde uitkomt, is sanering noodzakelijk.

Functiegericht saneren

In 2003 heeft gemeente Nijmegen de nieuwe Beleidsnota Bodemsanering: 'Wegwijzer in bodemland', vastgesteld. Omdat provincie Gelderland bevoegd gezag is, geldt de nota ook voor saneringen in Weurt. Nieuw is onder andere dat functiegericht saneren van de bodem mogelijk is. Dit wil zeggen dat zover gesaneerd wordt als nodig is voor de functie die op die plek gaat plaatsvinden. Voor een school moet de grond schoner zijn dan voor een bedrijventerrein.