Bodem
In Nijmegen-West en Weurt zijn ongeveer 200
plaatsen waar de grond vervuild zou kunnen zijn.
Vóór 2030 moeten alle ernstige gevallen aangepakt
of onder controle zijn. Dit staat in het landelijk beleid om de
bodemkwaliteit in heel Nederland aan te pakken. Op weg naar dit
doel zijn alle (mogelijke) bodemverontreinigingen
in Nederland in kaart gebracht: het zogenaamde Landsdekkend
Beeld.
Meeste gevallen geen gevaar
Nijmegen-West en Weurt telt ongeveer 200 verdachte locaties. Ter vergelijking: in
Nijmegen zijn dat er ongeveer 2.500 en in heel Nederland zo'n
650.000. Verdacht wil niet meteen zeggen dat er gevaar
is voor de gezondheid. Het betekent dat er in het verleden
activiteiten zijn geweest die vervuiling veroorzaakt kunnen
hebben. Al deze locaties gaan we nader bekijken. Gemiddeld 5%
ervan moet ook daadwerkelijk schoongemaakt worden. Dit is het
geval als de verontreiniging een bedreiging vormt voor mens en
omgeving. Vaak gaat het dan om mobiele verontreinigingen:
vervuilingen die zich kunnen verplaatsen naar bijvoorbeeld het
grondwater.
Bekijk de kaarten van de provincie en van Nijmegen.
Bekijk de kaarten van de provincie en van Nijmegen.
Grond schoonmaken
Schoonmaken (saneren) betekent niet altijd dat alle grond moet
worden vervangen. Vaak is het genoeg als de grond geschikt is
voor de functie die het krijgt. Voor een school moet de grond
schoner zijn dan voor een opslagloods. Uiteraard hangt dit ook af
van de soort vervuiling. Sporen van afval, bouwmaterialen en
uitstoot van verkeer kom je overal tegen.
Daarnaast zijn er specifieke bronnen, zoals tankstations, wasserettes en boerenbedrijven die voor meer geconcentreerde vervuilingen zorgen. Het gaat dan bijvoorbeeld om bestrijdingsmiddelen, reinigingsmiddelen, asbest en metalen als chroom, koper en lood.
Daarnaast zijn er specifieke bronnen, zoals tankstations, wasserettes en boerenbedrijven die voor meer geconcentreerde vervuilingen zorgen. Het gaat dan bijvoorbeeld om bestrijdingsmiddelen, reinigingsmiddelen, asbest en metalen als chroom, koper en lood.
