Interview met Perry Ubeda
‘Het vele binnen spelen maakt kinderen stijf’
Perry Ubeda (1971) is meervoudig
wereldkampioen kickboxing. In zijn werk als sportleraar merkt hij
wat het vele binnen spelen met kinderen doet. ,,Hun meesters en
juffen zijn vaak soepeler. Die hebben van jongs af aan
gesport.''

Kunt u iets over uzelf vertellen?
Bruce Lee was altijd mijn held. Ik zag zijn films in het buurthuis. Op mijn negende was ik een keer met mijn moeder bij een afhaalcentrum, bovenaan de wijk, tegen de Graafseweg. Er hing een poster waarop stond dat er in de kelder aan vechtsport werd gedaan. De zaterdag erop ben ik er met mijn vader gaan kijken. Hij hield het trainen na een maand voor gezien. Ik ben doorgegaan. De anderen, die minimaal veertien jaar waren, vonden het grappig dat zo'n klein jong als ik meedeed.
Leren kon ik helemaal niet. Met de middelbare school ben ik na drie maanden opgehouden. Ik kwam bij het project Begeleide Stappen naar de Maatschappij of zoiets. Ik bleef vaak weg. Dat werd toegestaan, omdat ze wisten dat ik iets nuttigs deed: trainen.
Wat heeft u te maken met het gebied?
Ik heb altijd in de Wolfskuil gewoond, uitgezonderd een paar maanden toen ik bij mijn vriendin introk. Die woonde in een flat in Dukenburg. Vreselijk, je kent geen mens. Hier ga je naar iemand toe als de lichten van een auto branden, daar weet je helemaal niet van wie een auto is.
De langste tijd heb ik op de hoek Ericastraat / Mosstraat gewoond, aan het pleintje. Rimboe werd het wel genoemd, maar van toestanden heb ik weinig meegemaakt. Dat was voor mijn tijd.
Wij waren vroeger altijd buiten: vertier zoeken, kattenkwaad uithalen. Ik kende iedereen en kon zó alle eerste elftalspelers van Kraayenhoff opnoemen. Tegenwoordig wordt meer binnen geleefd, ook in achterstandswijken. Mensen hebben het geld om dingen te kopen waarmee ze zich binnenshuis vermaken. Dat heeft alles anoniemer gemaakt.
Door het vele binnen spelen zijn kinderen stijf. Dat merk ik tijdens het lesgeven op scholen of als scholen in mijn gym aan de Klimopstraat komen. De meesters en juffen zijn vaak soepeler dan hun leerlingen. Ze hebben van jongs af aan gesport en zijn dat blijven doen.
Hoe vindt u de kwaliteit van de leefomgeving?
Ik ben geen milieufreak. In gesprekken met vrienden gaat het nooit over de lucht of zo. Wel houd ik van de bossen tussen Nijmegen en Groesbeek. Ik loop er vaak hard. Ik ben blij met de plannen voor meer groen in West. Begint dat bij het Distelpark? Dat noemen wij Op Schamp. Daar voetbalden we altijd.
Wat is uw favoriete plek in het gebied?
De kuul. Dat is de steile helling naar de Graafseweg. De Wolfskuil is ernaar vernoemd. Vroeger speelden we er hele zaterdagen. Als je om twaalf uur werd geroepen, ging je naar huis voor een snee brood. En dan zo snel mogelijk weer terug. De kuul verdween grotendeels, doordat er een flat kwam. Erg? Zo gaan die dingen.
