Interview met Marian Knoop

‘Ik blijf makkelijk van al het lekkers af.’

Marian Knoop (1962) is voor Weurt de vrouw van de bakker. Voorheen werkte ze als verpleegkundige. 'In beide gevallen heb je te maken met prettige en minder prettige mensen.'

Kunt u iets over uzelf vertellen?

Ik ben de vrouw van de bakker. Hoe je zoiets wordt…? (Lachend:) Door tegen de bakker van het dorp aan te lopen.

Eigenlijk ben ik verpleegkundige. Ik deed hbo-v in Nijmegen en behaalde aansluitend de kinderaantekening. Op het laatst werkte ik in het Radboud, in Nijmegen. Dat is nu twintig jaar geleden.

Ik zie overeenkomsten tussen een ziekenhuis en een bakkerszaak. In beide gevallen ben je dienstbaar bezig. In beide gevallen heb je te maken met prettige en minder prettige mensen.

In het ziekenhuis had ik moeite met patiënten die de hele dag mobiel waren, 's avonds in bed gingen liggen en dan meteen op het knopje drukten voor een glaasje water. Alsof ik niets beters te doen had. In de winkel kunnen sommigen er een punt van maken dat je alleen nog maar rond wit hebt en geen knip wit. Terwijl de rest van de bestelling klopt. Zoiets kon vroeger mijn kerst vergallen, nu trek ik een keer met de schouders.

Gelukkig heb je ook zóveel lieve mensen. Die nemen gewoon iets anders als hetgeen ze hebben willen even op is. Heerlijk.

Wat heeft u te maken met het gebied?

Tot mijn zesde woonde ik op een woonark op het Maaswaalkanaal, vlakbij de sluis. Mijn vader was er sluiswachter. Ik kende alle schippers, want die kwamen allemaal bij ons langsgelopen om bij de sluis de omvang van hun schip door te geven. Marifoons hadden de meesten nog niet.

Het was er prachtig wonen. Toch was ik blij toen we naar een gewoon huis in Weurt verhuisden. Hoefde ik me op school minder een buitenstaander te voelen.

Fijn aan Weurt is dat het dicht bij Nijmegen ligt. Onze kinderen gaan er alledrie naar school, en sinds tweeëneenhalf jaar loop ik er hard bij een club. Op mijn leeftijd moet je aan je gewicht werken, hè? Het kost me geen moeite om van al het lekkers in onze zaak af te blijven. Behalve van seizoensproducten dan. Als de eerste marsepein er is, ga ik voor de bijl.

Kan ik een keer niet trainen bij de club, dan loop ik door de uiterwaarden hier, samen met mijn man. Schitterend.

Hoe vindt u de kwaliteit van de leefomgeving?

Er wordt vaak zo negatief gedaan over Weurt. Natuurlijk, je moet niet voorbijgaan aan de effecten van industrie en verkeer op de gezondheid. Maar Weurt heeft ook zoveel moois. Ik zit bij de klankbordgroep, een groep Weurtenaren die meewerkt aan een toekomstvisie voor het dorp. We kregen allemaal de opdracht om van tien lelijke en van tien mooie plekken foto's te maken. Verrassend was het met hoeveel mooie plekken we terug kwamen.

Al wordt de weg naar de sluis nu verder opgehoogd, ik weet zeker dat die in de nabije toekomst verdwijnt. Helemaal. Dan kan het dorp weer één worden en ontstaat er ruimte voor nieuwe woningen. Die zijn hard nodig om jongeren vast te houden.

Van stank heb ik geen last, misschien wel door de geur uit onze oven. Op het bord voor de winkel probeer ik passanten met teksten te prikkelen. 'Het ruikt weer heerlijk in Weurt', bijvoorbeeld, wanneer we weer speculaas hebben. Ik wil ermee zeggen: bekijk het wat minder zwaar.

Wat is uw favoriete plek in het gebied?

Het Maaswaalkanaal, daar waar ik woonde. Het is er nog altijd mooi. Ik kan er mijmeren over hoe het was, ooit.