Interview met Karin van de Wollenberg

‘Toen Duke ging liggen, moest iedereen lachen’

Karin van den Wollenberg (1959) heeft op de kop af 25 jaar een kapsalon in hartje Waterkwartier. ,,Ik wilde een zaak waar iederéén zich welkom voelt.''


Kunt u iets over uzelf vertellen?

Op mijn 15e begon ik als kapster bij John Bertine, toen nog aan de Grote Markt. Van meet af aan heb ik gezegd: ooit begin ik voor mezelf. Ik wist precies wat ik wilde: een kapsalon waar iederéén zich welkom voelt en waar personeel kritiek krijgt zonder dat klanten het horen.
Op mijn 21ste opende ik de zaak waar die nu nog altijd is: aan de Waterstraat, in het pand waar vroeger Roelofs zat, de melkboer.
Mensen zeiden: je bent gek om middenin het Waterkwartier te gaan zitten. Eigenlijk waren er alleen de eerste dag problemen. Buiten stonden jongens te etteren, terwijl mijn zus en ik de ramen wilden lappen. Toen ze maar door bleven gaan, heb ik Duke geroepen, de hond. Die ging als een mak schaap naast me liggen in plaats van aan te vallen. Iedereen moest lachen, ikzelf ook. Dat brak het ijs. Al die jongens werden klant.

Wat heeft u te maken met het gebied?
Ik kom er door de zaak al 25 jaar, zes dagen in de week. De eerste zeven jaar woonden we in de wijk, naast de salon. Een van beide dochters ging naar de Theresiaschool, bij zuster Imelda.
Ik ken de buurt ook uit alle verhalen van klanten. Een kapster moet goed kunnen luisteren en een band op bouwen met klanten. Zojuist belde een mevrouw om een afspraak voor haar man te maken, zaterdag om elf uur. Is één uur niet beter, vroeg ik, vrijdagavond gaat hij altijd uit. Is waar ook, zei ze lachend.

Hoe vindt u de kwaliteit van de leefomgeving in het gebied?

Vervelend is dat je de Honig vaak ruikt. Soms ook het slachthuis. Daar hebben ze tegenwoordig prima filters, maar eens in de zoveel tijd lijken ze de zaak te ontluchten. Dan stinkt het zelfs in de salon naar vieze bloemkool. Daarom is het een goed plan zulke bedrijven te verplaatsen.
Er is de laatste jaren al het een en ander veranderd in de wijk. Het medisch centrum Oud West aan de Marialaan is een aanwinst. Hetzelfde geldt voor de hoge flats aan het begin van de Weurtseweg. Ik zou er nooit willen wonen, maar ze voegen wel iets toe aan de stad.
Niet elke verandering is een verbetering. Ik snap dat je van verloederde straatjes af wilt, maar de huizen die ervoor terugkomen zijn soms lelijk. Een deel van de oude straatjes willen ze behouden. Gelukkig maar: ze zijn karakteristiek voor een volkswijk.

Wat is uw favoriete plek in het gebied?
Kinderdorp Neerbosch, vooral bij het kerkje. Sinds een jaar hebben we er een huis. Het is super: rustig, in het groen en toch vlakbij de stad. Het is zo'n beetje tegen de afvalcentrale aan, maar daar merk je niets van. Ja, soms. Dan hangt er een enorme wietlucht. In beslaggenomen spul, denk ik.